opc_loader

DE NATUUR VAN CHILI

Chili is een 4.200 kilometer lang land tussen Argentinië, Bolivia, Peru en de Stille Oceaan. Gemiddeld meet het land slechts 180 kilometer breedte. In het oosten wordt Chili afgebakend door het Andesgebergte, in het noorden vormt de Atacamawoestijn de grens met Peru en in het westen scheidt het kustgebergte Corderilla de la Costa het land van de zee.

Hiertussen bevindt zich de laagvlakte Llano Intermedio waarvan vooral het zuiden zeer vruchtbaar is. In het midden en zuiden komen honderden vulkanen voor, in een gebied dat dientengevolge vaak wordt opgeschrikt door aardbevingen.

De hoogste toppen van de Chileense Andes zijn Nevado Ojos del Salado (6.893 meter) en de Llullaillaco (6.739 meter). Voor de kust liggen enkele eilanden die tot Chili behoren, waarvan het vulkanische Rapa Nui (Paaseiland) en de Juan-Fernándezeilanden de bekendste zijn. Voor de zuidkust ligt daarnaast ook nog Vuureiland, dat het land ‘deelt' met Argentinië.

Wat flora betreft, hebben het noorden en de kustregio de minste vegetatie. De centrale vallei wordt gekenmerkt door verschillende castussoorten, de Chileense den en de copihue, een rode belvormige bloem die Chili's staatsbloem is. Veel voorkomende dieren zijn hier poema's, verschillende soorten lama's en Andeswolven. In de wateren zwemmen maar weinig inheemse soorten vissen, maar de Noord-Amerikaanse forel doet het er goed. Aan de kust komen pinguïns, zeehonden en walvissen voor.