opc_loader

NATUUR IN COLOMBIA

Minca National Park

Minca ligt in de bergen op een uur rijden van Santa Marta. Over een grindweg klimt de auto – af en toe met wat moeite – steeds verder omhoog. Na enkele gehuchtjes gepasseerd te zijn - waar knusse hostels verscholen liggen en waar backpackers relaxt op hun flipflops over de straatjes sloffen – bereik ik Sendero Poso Azul, een pad door de jungle die naar de waterval van Minca leidt.

De wandeling wordt nog aangenamer door de fladderende kleurige vlinders, de vele exotische bloemen en aangename vogelgeluiden. Vanaf een gammel brugje is uiteindelijk de waterval te zien en na een kleine klauterpartij over de rotsen is de beloning groot, een duik in het heldere koele water! Lokale families komen op vrije dagen graag bij rivieren bijeen om verkoeling te zoeken, gewapend met grote soeppannen waar de vrouwen op de rivieroevers de heerlijke Sopa Colombiana koken, Ajiaco genaamd.

Tayrona National Park

Tayrona, in het noorden van Colombia, heeft vele idyllische  baaien. Hier is zelfs één van ’s werelds mooiste stranden te vinden. Het is warm, echt warm als we aan de wandeling beginnen en de flessen water, petten en zonnebrandcrème zijn dan ook echt hard nodig. De tocht begint goed door dichtbegroeide primaire jungle. Exotische vogels en vlinders, rappe hagedissen in vele kleuren kruizen mijn pad. Ik heb het geluk een boa constrictor te fotograferen die voor mijn neus een – minder gelukkige -  hagedis verorbert. Het gebied verandert continue, van vlakke jungle naar oerwoud met enorme granietrotsen tot aan de woeste oceaan. Onderweg zijn genoeg plekken om te rusten en van mooie uitzichten te genieten. Het laatste deel van de tocht gaat over het strand, dit is echt pittig. De zon staat hoog en er is geen schaduw te vinden. Na een half uur - dat in deze hitte langer lijkt - arriveren we bij een van de hostels die aan de kust te vinden zijn. Oververhit plof ik in het restaurant neer en laat me verwennen met een groot glas vers vruchtensap en een heerlijke lunch van verse vis en plantain (bakbananen).

Het mooie van deze wandeling is dat de terugtocht per paard gaat, dat is wel fijn. Over een andere weg dan we gekomen zijn lopen de paarden braaf naar het eindpunt. Onderweg is het nog steeds genieten van de ruige natuur. De paarden klauteren af en toe over de rotsige ondergrond, door smalle rots doorgangen alsof het berggeiten zijn. Kort voor het einde van de paardrijtocht spot ik hoog in de bomen een enorme brulaap, een mooiere afsluiting kan ik me niet wensen!