opc_loader

De ruige kust van Normandië en Bretagne

Journalist Nico de Boer fietst de Tour de Manche, een 1.200 kilometer lange fietsroute rondom het Kanaal. De route verbindt de zuidwestelijke Engelse fietspaden via een veerboot met de kust van Frankrijk. Een traject dat dwars door Normandië loopt en bij Saint-Malo de kust van Bretagne volgt tot aan Roscoff.
Tekst Nico de Boer Fotografie Nico de Boer, Henny Weel, Atout France

Mont Saint Michel

Henny en ik zijn Frankrijkliefhebbers, maar gaan meestal naar de Alpen, de Provence of de Côte d'Azur. Maar als ik de fraaie opnames van de kusten van Normandië en Bretagne zie in de Tour de France-uitzendingen, maak ik gelijk plannen om de regio te bezoeken.
Het idee is om wat Bretonse fietskilometers te maken, zonder tijdsdruk. Via de Belgische en Franse kust en we willen de zevenhonderd autokilometers naar Le Havre overbruggen in twee etappes. Het regent evenwel zo extreem hard dat uitstapjes maken onderweg geen optie is. We rijden dus door en nemen een extra dag om de bijzondere stad Le Havre te bekijken.

La Havre en verder

De architectuur uit de jaren vijftig en zestig, met name in het centrum van de stad, staat geklasseerd op Werelderfgoedlijst van UNESCO. Eén van de belangrijkste architecten van de 20e eeuw, Auguste Perret, is erin geslaagd om Le Havre, dat door de Tweede Wereldoorlog zwaar verminkt werd, een nieuw gezicht te geven. Hij herbouwde de stad met veel lage flatgebouwen in lichte kleuren en rechthoekige vormen. Het symbool van de heropbloei van Le Havre is de Saint-Josephkerk met zijn unieke achthoekige lantaarntoren van 110 meter hoog.

Le Havre

Heel anders is Le Volcan uit 1982, het culturele centrum, van de hand van de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer. De betonnen vulkaan bestaat uit twee op zoutbergen gelijkende vormen, waarin een theater, een cinema en een muziekzaal zijn ondergebracht. We bezoeken verder de modelflat van Perret met meubilair uit de periode 1945-1955, het MuMa André Malraux-museum met impressionistische collecties en winkelen in de Docks Vauban, een handels-, winkel- en ontspanningsruimte in de voormalige dokken van de stad, het toppunt van modernisme, ontworpen door Jean Nouvel.

Honfleur

Via het stadje Honfleur rijden we verder. Het is één van de meest bezochte plaatsjes van Frankrijk. Internationaal bekend vanwege de vissers- en plezierhaven, de smalle geplaveide straatjes, de gevels van de oude woningen, de boetiekjes en de diversiteit aan monumenten. Na stops in Trouville, Bayeux en  Granville komen we aan in Mont Saint-Michel. De middeleeuwse stad is populair bij toeristen. Met name door de vestingmuren, de pre-romaanse kerk, de abdijkerk en de romaanse en gotische kloostergebouwen op het rotsachtige eilandje in zee, dat je alleen bij laagwater kan bereiken. Tegenwoordig is er een goede verbindingsweg waarover shuttlebussen rijden die je aan de voet van de rots afzetten. We sjokken achter de menigte aan omhoog naar de abdij die zeer de moeite waard is. Ook het uitzicht. Naar alle kanten van de baai, die gesitueerd is tussen de Normandische Pointe de Champeaux (richting Granville) en de Bretonse Pointe du Grouin.

Verder op de fiets

Dan komt het moment dat ik de fiets pak en een deel van de Tour de Manche ga rijden. Maar dat blijkt niet zo eenvoudig. De bordjes zijn moeilijk te vinden en soms overgroeid door struiken. Gelukkig heb ik voor de zekerheid een landkaartje in mijn achterzak gestopt. Ik steek de waterkrachtcentrale van de Rance over, de op één na grootste van de wereld, waarbij energie wordt gewonnen door gebruik te maken van het grote verschil (10 tot 15 meter) tussen eb en vloed.

Trouville

Via Dinard, een fraaie badplaats met mooie villa's uit de Franse belle époque, fiets ik verder naar Cap Fréhel en door langs Pléneuf-Val-André, een stadje met een van de mooiste zandstranden van de noordkust. De route is erg goed te doen, alhoewel de hellingen na deze badplaats steeds pittiger worden. Hier zal de legendarische wielrenner en vijfvoudig Tourwinnaar Bernard Hinault zeker zijn intervaltrainingen hebben gereden, want hij is geboren en opgegroeid in het nabijgelegen Yffiniac, en woont daar nog altijd vlakbij.

Franse racefiets

De fotografe reist verder met de auto en ik spreek met haar af in Binic dat 20 kilometer verderop ligt. Het kleine dorp uit de Middeleeuwen groeide uit tot een van de grootste vissershavens van Frankrijk met prachtige, granieten redershuizen uit de 18e eeuw. Om Binic uit te komen moet ik twee pittige hellingen verteren op weg naar Plouha dat 17 kilometer verderop ligt. Ik heb het fietsritme van de Bretonse kust nu goed te pakken, maar neem de tijd om de schilderachtige uitzichten in me op te nemen. Een reeks badplaatsen met een prachtig uitzicht op zee, de fascinerende vissershaven van St-Quay-Portrieux, de hoogste kliffen van Bretagne rond Plouha, de verborgen baaien met talrijke broedplaatsen voor vogels en de fraaie omgeving van Le Palus-strand, waar je een adembenemend uitzicht over de baai van Saint-Brieuc hebt. Ook het laatste stuk van deze Tour de Manche-etappe is ruig en lieflijk. Met de klifroute boven Bréhec Cove en de abdij van Beauport vlak voor aankomst in de haven van het stadje Paimpol, dat welvarend werd door de kabeljauwvisserij naar Noorwegen, IJsland en New Foundland (thans floreren hier de oesterkwekerijen). Hier bewonderen enkele Fransen mijn racefiets, die van Franse makelij is. Wielrennen is in Bretagne haast religie. En renners hebben hier status, vooral de Bretonse. Want chauvinisme is hen niet vreemd.

Roze bergen

Dan gaan we door naar Ploubazlanec, dat even buiten Paimpol ligt en waar op de landtong Pointe de l'Arcouest ons fraaie Hôtel Terrases de Bréhat zich bevindt. Met uitzicht op Ile de Bréhat, het eiland dat we later zullen bezoeken (foto onder / Atout France Y. Le Gal) en met de gewone (huur)fiets gaan verkennen. Bréhat, dat door de verscheidenheid aan flora en de schoonheid van haar landschap ook wel île aux fleurs (bloemeneiland) wordt genoemd, ligt op slechts tien minuten met de boot van Pointe de l’Arcouest.

Bréhat / Y. Le Gal

De Golfstroom zorgt ervoor dat het hele jaar door een microklimaat heerst. Er is geen gemotoriseerd verkeer. Alles wordt op de fiets of te voet gedaan. Bréhat is als enige eiland van het departement Côtes d'Armor een zelfstandige gemeente en is 3,5 kilometer lang en 1,5 kilometer breed. In het zuiden vind je een stadje en de kerk uit de 16e eeuw. Het noorden doet sterk aan Ierland denken. Heel veel verscheidenheid dus in een klein gebied.

Gezichtsbedrog

Van Paimpol naar Tréguier is het 21 kilometer. Ik fiets door agrarisch platteland en geniet van het uitzicht over de vallei van Trieux. De route lijkt vlak, maar dat is gezichtsbedrog. Het is vals plat met zwaar asfalt. Via het plaatsje Lézardrieux en de Jaudy-vallei ga ik naar Tréguier. Jammer genoeg begint het te regenen. In Tréguier klim ik omhoog naar de kathedraal en zie wat middeleeuwse straatjes met vakwerkhuizen. Het regent nog licht als ik verder fiets naar Plougrescant op de punt van een schiereiland, waar ik de roze granietkust bewonder. Via Porte Blanc en Louannec kom ik uiteindelijk aan bij Castel Beau Site, een hotel in een verbouwde kazerne. Het staat op het strand met uitzicht op de roze granietrotsen en de zee. Wat een plek! We blijven er twee dagen en lopen de Sentier des Douaniers, het wandelpad van de douaniers. De fiets blijft in de auto, die heeft genoeg prachtige Bretonse kilometers gewerkt. De auto moet nog een dikke 1.000 kilometer terug naar huis.